Als ondernemer is het heel belangrijk om geregeld te checken of jouw prijs wel past bij je bedrijf. Vraag je niet te weinig? Hoeveel kost jouw product of dienst nu écht? Klopt de prijs van je product dan wel? Want als jij een niet winstgevende, of zelf verlieslatende prijs blijft vragen, wat ben je dan eigenlijk aan het doen? In deze blog leg ik je uit waarom kostprijsberekeningen en prijsbudgetten echt belangrijk zijn en hoe je dit het beste kunt toepassen op jouw bedrijf. 

Lees ook: Break-even afzet berekenen: hoe doe je dat en waarom?

Als je onderneemt, bepaal je je eigen prijzen. Natuurlijk kunnen je prijzen gedurende de tijd veranderen, doordat je bijvoorbeeld beter wordt, omdat jouw product meer waard is of omdat de werkelijke kosten anders blijken te zijn. En vooral voor dat laatste punt is het is belangrijk om kostprijsberekeningen te maken en om prijsbudgetten op te stellen. Hierdoor weet je zeker of jij met je prijs wel winst maakt, in plaats van quitte speelt of zelfs verlies maakt! Dit kun je doen aan de hand van de volgende twee punten: voorcalculatie en nacalculatie.

Voorcalculatie

In de voorcalculatie wordt een begroting gemaakt van de verwachte kosten per product project. Je houdt rekening met alle soorten kosten (materialen en uren), belastingen, investeringen en natuurlijk ook het percentage winst dat je wilt maken.

Maar vaak loopt alles anders. Kloppen de prijzen die je vraagt wel? Reken je wel jouw doelwinst uit met de goede marges? Het is heel handig om van tevoren een schatting en berekening te maken van de prijs die je wilt vragen, maar het is essentieel om na verloop van tijd nogmaals een berekening te doen, zodat je daadwerkelijk kunt vaststellen of de door jou bepaalde prijs daadwerkelijk klopt. Dit kun je doen tijdens de nacalculatie, hier blijkt toch vaak een andere berekening uit te komen dan in de voorcalculatie.

Nacalculatie

In de nacalculatie bereken je eigenlijk de prijzen van je product op basis van de werkelijkheid. Je kunt dit doen door de volgende 5 punten mee te nemen in je kostprijsberekeningen en prijsbudgetten.

1 Prijsverschillen

Hoeveel had je begroot aan kosten en hoeveel heb je uiteindelijk echt uitgegeven? Waren de materialen en de producten die je moest inkopen toch duurder? Ben je toch voor ander verpakkingsmateriaal gegaan wat duurder bleek te zijn? Ben je de labels en stickers vergeten? Verkocht je een bedrag inclusief verzendkosten, maar zijn de werkelijke kosten hoger?

Vergelijk de werkelijke inkoopfacturen met de kostprijsberekeningen. Als je had ingeschat 1 euro per product kwijt te zijn en je hebt een factuur gekregen van 50 euro voor 40 producten, dan klopt je berekening dus niet 😉. Het is enorm essentieel om deze getallen met elkaar te vergelijken, omdat je op basis hiervan heel makkelijk kunt zien of jouw prijs in werkelijkheid hetzelfde is als van te voren geschat.

2 Efficiencyverschillen

Het tweede punt is efficiencyverschillen. Hiermee bedoel ik in hoeverre jij efficiënt gewerkt hebt en daadwerkelijk de hoeveelheid tijd/grondstof gebruikt hebt als gepland. Heb je bijvoorbeeld toch meer van een ingrediënt gebruikt voor het eindresultaat? Of gaat er meer materiaal verloren dan verwacht? Maak je kleding en haal je minder stukken uit een stof dan van te voren geschat? Maar ook: misschien had jij gepland dat je een batch in een uur kon produceren, maar is het gebleken dat je er veel langer of korter mee bezig bent.

Dit zijn allemaal voorbeelden van efficiencyverschillen. Door deze verschillen in de nacalculatie mee te nemen, kun je een meer accurate prijs rekenen. Je weet immers hoelang je ergens mee bezig bent of hoeveel grondstof iets kost.

3 Toerekenen van vaste kosten

De vaste kosten die je hebt (website, systemen, abonnementen, marketing etc) reken je toe aan de verkoopprijs van een artikel. Want de prijzen moeten uiteindelijk zowel de kostprijs als de vaste kosten als je winst dekken. Maar als je vaste kosten veranderen (omdat het toch niet zo vast blijkt te zijn 😉) of je verkoopaantal verandert, verandert ook het bedrag wat je toerekent.

Als je van tevoren verwacht had dat je je vaste kosten kon verspreiden over de verkoop van 500 stuks van je product, maar dit aantal in werkelijkheid 350 blijkt te zijn, dan moet je je vaste kosten dus verdelen over minder stuks. Dit betekent dat de prijs per product omhoog gaat. Goed om dit mee te nemen in de berekening van de prijs die je vraagt.

4 Toerekenen van onvoorziene omstandigheden

Wanneer je je prijs bepaalt, is het belangrijk om alle kosten in die prijs te verwerken. Ook de kosten voor onvoorziene omstandigheden, zoals materialen die kapot gaan of retouren. In je nacalculatie kun je kijken of de retouren meer of minder zijn verwacht en is het belangrijk om te kijken of je prijs wel overeenkomt met dit aantal.

5 Is de prijs die je vraagt echt de prijs?

Hiermee bedoel ik of je misschien stiekem vaak korting geeft en of je dit ook wel doorberekent in de prijs die je vraagt. Geef je bijvoorbeeld korting omdat je denkt ‘yes, meer verkopen’, maar verkoop je dan eigenlijk onder je marge? Neem deze periodes van korting dus ook mee in de berekening van je prijs.

Wat is dan het winstverschil?

Daarna kunnen we het verschil in winst tussen voor- en nacalculatie berekenen.

Winstverschil = winst voorcalculatie – winst nacalculatie 

Dit winstverschil is belangrijk om steeds een winstgevender bedrijf te bouwen. Maar dan wil je niet alleen het winstverschil in één bedrag weten, maar wat het winstverschil is per onderdeel (die 5 hierboven). Want hoe nauwkeuriger je de reden weet, hoe beter je ‘het kwaad bij de bron kunt aanpakken’, hoe winstgevender je bedrijf wordt.

Weten waarom kostprijsberekeningen en prijsbudgetten echt belangrijk zijn, is slechts één van de punten van meer inzicht krijgen en grip hebben op je cijfers. En grip hebben op je cijfers is het onmisbare fundament in het bouwen van een winstgevend en financieel sterk bedrijf. Benieuwd naar nog meer tips om meer grip te krijgen op je cijfers en winstgevend te ondernemen? Download dan nu mijn gratis e-book.

 

Geen reactie's

Geef een reactie